Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen hebben een kind dat nooit in gezinsverband bij de man heeft gewoond. De man is alimentatieplichtig en heeft een eenmanszaak met wisselende winsten. De vrouw verzorgt het kind en ontvangt een kindgebonden budget. Het hof beoordeelt de behoefte van het kind op basis van het inkomen van de vrouw in 2010, vastgesteld op €365 per maand.
De draagkracht van de man wordt berekend aan de hand van het gemiddelde bedrijfsresultaat over de jaren 2011-2013, aangezien jaarstukken over 2010 ontbreken. Schulden van de man worden niet meegenomen wegens onvoldoende onderbouwing. De draagkracht van de vrouw wordt vastgesteld op basis van haar fiscaal loon in 2012.
Het hof bevestigt de eerdere alimentatie van €150 per maand tot 1 januari 2015. Vanaf die datum wordt de behoefte verminderd met het kindgebonden budget van €285, waardoor de alimentatie wordt vastgesteld op €20 per maand. Ook wordt rekening gehouden met een zorgkorting van 15% vanwege omgangskosten. De beschikking wordt deels bekrachtigd en deels vernietigd en opnieuw vastgesteld.
Uitkomst: De man moet vanaf februari 2012 €150 per maand betalen en vanaf 1 januari 2015 €20 per maand aan kinderalimentatie.