Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen, gehuwd in 1997 en gescheiden in 2011, zijn het niet eens over de hoogte van de door de man te betalen kinderbijdrage. De man verzoekt om verlaging van de bijdrage op grond van gewijzigde draagkrachtverhoudingen. Het hof stelt vast dat partijen destijds een ouderschapsplan sloten met een bijdrage van €400 per kind per maand en een regeling voor verdeling van kosten.
De man stelt dat zijn draagkracht is afgenomen en die van de vrouw is gestegen, wat zou moeten leiden tot een lagere bijdrage. De vrouw betwist dit en stelt dat zij destijds bewust alle overige kosten op zich nam en dat de inkomensstijging van de man groter is dan die van haar.
Het hof analyseert de draagkrachtberekeningen en de behoefte van de kinderen volgens wettelijke normen en concludeert dat er geen relevante wijziging van omstandigheden is die een verlaging rechtvaardigt. De rechtbank had de man niet-ontvankelijk verklaard, maar het hof vernietigt die beschikking en wijst het verzoek inhoudelijk af. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man tot verlaging van de kinderbijdrage af wegens het ontbreken van een relevante wijziging van omstandigheden.