Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding
2.Feiten
De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat de man de biologische vader van de minderjarige is.
3.Het wrakingsverzoek
ekomen dat grief 1 geen kans van slagen heeft - wat betekent dat devoorzitter heeft vastgesteld dat verzoeker de biologische vader is. Dieuitzonderlijke omstandigheden hebben ertoe geleid dat er eenzwaarwegende aanwijzing is dat de voorzitter vooringenomen is tenopzichte van verzoeker, welke vrees onder de gestelde omstandighedenobjectief gerechtvaardigd is. Immers, verzoeker heeft de vrees dat zijneerste grief door de stellingname van de voorzitter niet zondervooringenomenheid zal worden beoordeeld.
4.De beoordeling van het wrakingsverzoek
“dat hij gezien de treffende gelijkenis de man op de foto’s herkent (…) dat hij mooi weer zou spelen als hij zou zeggen dat dit niet zo is (…)”en “
dat hij niet zegt dat de man liegt, maar dat hij wel denkt dat hij de man is op die foto’s”bij verzoeker naar objectieve maatstaven de gerechtvaardigde vrees kon ontstaan dat de voorzitter niet meer onbevooroordeeld in deze zaak staat.