ECLI:NL:GHAMS:2015:3548
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.A. van den Berg
- R.G. Kemmers
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing hoofdverblijfplaats en schoolinschrijving minderjarige na echtscheiding
Partijen, gehuwd in 2012, zijn gescheiden waarbij gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind wordt uitgeoefend. De rechtbank bepaalde de hoofdverblijfplaats van het kind bij de vader en verleende vervangende toestemming voor inschrijving op een basisschool in diens woonplaats.
De moeder verzocht om schorsing van deze beschikking, stellende dat het kind al sinds januari 2014 hoofdzakelijk bij haar verblijft en dat de huidige zorgregeling en sociale omgeving in haar woonplaats liggen. Zij betoogde dat uitvoering van de beschikking een noodtoestand zou veroorzaken vanwege reistijd en sociale ontwrichting.
De vader en de Raad voor de Kinderbescherming betwistten dit en benadrukten het belang van tijdige schoolstart in de door de rechtbank bepaalde woonplaats. Het hof oordeelde dat schorsing slechts mogelijk is bij misbruik van executiebevoegdheid of een juridische of feitelijke misslag, wat niet voldoende was aangetoond.
Het hof stelde het belang van het kind voorop en vond dat het in het belang van het kind is dat hij per 17 augustus 2015 naar de basisschool kan gaan in de woonplaats van de vader. Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de beschikking af en bevestigt de hoofdverblijfplaats en schoolinschrijving bij de vader.