ECLI:NL:GHAMS:2015:3696
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.R. Sturhoofd
- R.G. Kemmers
- M. Meerman-Padt
- Rechtspraak.nl
Voorlopige vaststelling kinderalimentatie en partneralimentatie na wijziging omstandigheden
In deze zaak in hoger beroep gaat het om de vaststelling van de voorlopige bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind vanaf 1 januari 2015, alsmede de voorlopige partneralimentatie voor de vrouw. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking grotendeels, maar vernietigt deze voor zover het gaat om de bijdrage van de man na 1 januari 2015. Het hof stelt een voorlopige kinderbijdrage van €280 per maand vast en een voorlopige partneralimentatie van €1.910 bruto per maand.
De berekening van het kindgebonden budget wordt aangepast door het hof, dat uitgaat van het daadwerkelijke inkomen van de vrouw en niet van haar toegekende verdiencapaciteit. De draagkracht van de man wordt vastgesteld op basis van zijn netto besteedbaar inkomen, rekening houdend met woonlasten, zorgverzekering en de zorgkorting vanwege de omgang met het kind. De vrouw heeft een minimale draagkracht, waardoor de man in beginsel volledig in de behoefte van het kind voorziet.
De man stelt dat zijn inkomen per 1 augustus 2015 is gedaald vanwege ontslag en verzoekt het hof hiermee rekening te houden. Het hof acht dit een wijziging van omstandigheden die nader onderzoek vereist en houdt de zaak pro forma aan in afwachting van prejudiciële vragen van de Hoge Raad. Partijen worden opgeroepen voor een nader te bepalen zitting. De vrouw wordt erop gewezen dat een verlaging van de alimentatie mogelijk terugbetalingsverplichtingen kan meebrengen.
Uitkomst: Het hof stelt voorlopige kinderalimentatie vast op €280 per maand en partneralimentatie op €1.910 bruto per maand, houdt de zaak aan voor prejudiciële vragen en nader onderzoek naar gewijzigde omstandigheden.