Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[appellante sub 2],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (B.V.) gebonden is aan een betalingsregeling met betrekking tot een forse huurschuld, die door één van de twee bestuurders zelfstandig was gesloten. De B.V. bezit een bedrijfspand dat verhuurd wordt aan een andere B.V., die een aanzienlijke huurachterstand had opgebouwd.
De twee bestuurders van de vastgoed-B.V. waren ieder 50% aandeelhouder en zelfstandig bevoegd. Eén bestuurder stemde in met een betalingsregeling om de huurachterstand gespreid te voldoen, terwijl de andere bestuurder dit niet accepteerde en de volledige incasso wilde afdwingen. De rechtbank had de vorderingen van de verhuurder grotendeels toegewezen, met uitzondering van de verkoop van het pand.
Het hof oordeelde dat de vastgoed-B.V. in beginsel gebonden is aan de betalingsregeling, omdat een redelijk denkend bestuurder deze overeenkomst ook zou hebben gesloten. Echter, omdat de betalingsregeling niet volledig werd nagekomen, is het gerechtvaardigd dat de bestuurder die de regeling sloot medewerking verleent aan rechtsmaatregelen om de huurschuld te incasseren. De vorderingen tot (her)verhuur van het pand werden afgewezen wegens te verstrekkend karakter. De kosten werden verdeeld overeenkomstig de uitkomst van het geschil.
Uitkomst: De vastgoed-B.V. is gebonden aan de betalingsregeling en de bestuurder die de regeling sloot moet medewerking verlenen aan incasso van de huurschuld.