ECLI:NL:GHAMS:2015:3903
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- M. Wigleven
- J. Kok
- Rechtspraak.nl
Bevestiging benoeming onafhankelijke bewindvoerder en mentor ondanks familieconflict
In hoger beroep is de vraag aan het hof voorgelegd wie als bewindvoerder over de goederen van de rechthebbende en als mentor moet worden benoemd. Appellante vordert benoeming van zichzelf of andere familieleden, terwijl verweerders een onafhankelijke derde prefereren vanwege een tweespalt in de familie en de geestelijke toestand van de rechthebbende.
Het hof overweegt dat de voorkeur van de rechthebbende bij de benoeming van bewindvoerder en mentor leidend is, tenzij gegronde redenen zich daartegen verzetten. Uit het verhoor blijkt dat de rechthebbende door zijn dementie niet meer in staat is een duidelijke voorkeur kenbaar te maken. Het hof acht de familietwisten en recente conflicten voldoende gegronde redenen om af te wijken van de voorkeur van appellante.
Verder acht het hof het belang van de rechthebbende gediend bij een bewindvoerder en mentor die goed kan samenwerken met de zorginstelling waar hij verblijft. De voorgestelde onafhankelijke bewindvoerder [G] heeft een goede verstandhouding met de zorginstelling, in tegenstelling tot appellante en haar familieleden.
De klachten van appellante over de uitvoering van het bewind en mentorschap door [G] worden door het hof niet gevolgd, mede omdat de zorginstelling verantwoordelijk is voor de dagelijkse zorg en begeleiding. Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter en wijst het hoger beroep van appellante af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de benoeming van de onafhankelijke bewindvoerder en mentor.