ECLI:NL:GHAMS:2015:4231
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing eenhoofdig gezag aan vader wegens klemcriterium
Partijen zijn in 1998 gehuwd en in 2004 gescheiden. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren. Na de scheiding verbleven de kinderen aanvankelijk bij de moeder, maar de rechtbank bepaalde later de hoofdverblijfplaats bij de vader en stelde de kinderen onder toezicht wegens de conflicten tussen de ouders.
De vader verzocht het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan hem toe te wijzen, omdat de ouders niet in staat zijn gezamenlijk beslissingen te nemen en de kinderen daardoor klem en verloren zouden raken. De moeder betwistte dit en stelde dat zij een goede moeder is en dat het gezamenlijk gezag behouden moet blijven.
Het hof constateerde dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is en dat eerdere therapieën en mediations geen verbetering brachten. De kinderen lijden onder het loyaliteitsconflict en de voortdurende strijd. De ondertoezichtstelling is inmiddels opgeheven sinds de vader het eenhoofdig gezag kreeg, wat meer rust bracht.
Het hof oordeelde dat aan het wettelijke klemcriterium is voldaan en dat het in het belang van de kinderen is het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de vader toe te wijzen. De bestreden beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het verzoek om het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de vader toe te wijzen.