Belanghebbende heeft ethylalcohol ingevoerd onder de regeling behandeling onder douanetoezicht (BOD) en deze gedenatureerd met lichte olie. De inspecteur stelde vast dat bij een deel van de zendingen het percentage lichte olie hoger was dan de in de vergunning vermelde 5%, waardoor geen sprake was van denaturatie volgens de vergunning. Hierdoor werd een hogere douanerechtennavordering opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, maar het Hof stelt vast dat de vergunning niet strikt voorschrijft dat slechts 5% lichte olie mag worden toegevoegd, maar dit een voornemen betreft. Het Hof volgt de Europese Commissie in het standpunt dat tot 30% lichte olie nog sprake is van gedenatureerde ethylalcohol. Voor die zendingen is de navordering terecht, maar moet rekening worden gehouden met volume-toename, waardoor de navordering wordt verminderd.
Voor zendingen met meer dan 30% lichte olie is geen sprake meer van denaturatie en is een douaneschuld ontstaan. Echter is voor een deel van deze navorderingen de verjaringstermijn verstreken, zodat deze navorderingen niet meer kunnen worden opgelegd.
Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het hoger beroep gegrond, vermindert de navordering tot €722.107,87 en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.