ECLI:NL:GHAMS:2015:4416
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over meerwerk en aannemingsovereenkomst bij funderingsherstel woning
Partijen sloten een aannemingsovereenkomst voor funderingsherstel en werkzaamheden aan een woning. Er ontstond onenigheid over de omvang van de overeengekomen werkzaamheden en het meerwerk dat door de aannemer zou zijn uitgevoerd. De kantonrechter stelde vast dat een aanneemsom voor funderingswerkzaamheden was overeengekomen en dat een deel van het werk door de opdrachtgever zelf was uitgevoerd.
De aannemer vorderde betaling van een factuur voor meerwerk, maar deze vordering werd door de kantonrechter afgewezen omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat de meerwerkopdrachten waren overeengekomen. In hoger beroep bood de aannemer aanvullend bewijs aan, met name dat bepaalde meerwerkposten met de bouwbegeleider van de opdrachtgever waren besproken.
Het hof besloot dit bewijs toe te laten en gaf aanwijzingen voor het horen van getuigen. Voor zover het meerwerk niet door dit bewijs wordt gedekt, wordt de vordering afgewezen. Het hof hield verdere beslissing aan en bepaalde de procedure voor het getuigenverhoor en contra-enquête.
Uitkomst: Het hof liet bewijs van meerwerk toe en hield verdere beslissing aan voor getuigenverhoor.