ECLI:NL:GHAMS:2015:4557

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 juli 2015
Publicatiedatum
11 november 2015
Zaaknummer
23-004393-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a SrArt. 63 SrArt. 310 SrArtikel 3 Terugkeerrichtlijn
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep en strafoplegging wegens winkeldiefstal en terugkeerprocedure verdachte

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 weken voor twee feiten, waaronder winkeldiefstal. Na hoger beroep en cassatie heeft de Hoge Raad de strafoplegging vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de straf.

Het hof heeft vastgesteld dat het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan een illegaal verblijvende vreemdeling strijdig kan zijn met de Terugkeerrichtlijn indien de terugkeerprocedure niet volledig is doorlopen. Door onduidelijkheid over de stand van deze procedure bij de verdachte, besloot het hof artikel 9a Sr toe te passen en geen straf op te leggen voor het tweede feit.

Voor het eerste feit, winkeldiefstal, achtte het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend, mede vanwege de schade en hinder voor het gedupeerde bedrijf. Uiteindelijk werd een gevangenisstraf van 2 weken opgelegd, met aftrek van voorarrest. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 16 juli 2015.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 weken gevangenisstraf voor winkeldiefstal, geen straf voor tweede feit wegens onduidelijkheid terugkeerprocedure.

Uitspraak

parketnummer: 23-004393-13
datum uitspraak: 16 juli 2015
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen - na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 17 september 2013 - op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 augustus 2010 in de strafzaak onder parketnummer 13-651183-10 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (China) op [geboortedag] 1962,
zonder vast woon- of verblijfplaats hier te lande.

Procesgang

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 1 juli 2011 het vonnis bevestigd.
De verdachte heeft tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 17 september 2013 het arrest van het gerechtshof Amsterdam en het daarbij bevestigde vonnis - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - vernietigd, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging en de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teruggewezen teneinde deze in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 27 augustus 2010 en, na terugwijzing, op de terechtzitting van dit hof van 2 juli 2015.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
Gelet op voormeld arrest van de Hoge Raad der Nederlanden heeft het hof uit te gaan van het arrest van het hof van 1 juli 2011 en het daarbij bevestigde vonnis van de rechtbank van 27 augustus 2010, behoudens de strafoplegging. Een afschrift van dit arrest en vonnis is daarom aan het onderhavige arrest gehecht. Het hof dient derhalve uitsluitend te beslissen over de strafoplegging.
Toepassing van artikel 9a Sr en oplegging van straf
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 weken met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan een tot ongewenst vreemdeling verklaarde onderdaan van een derde land in de zin van artikel 3 van Pro de Terugkeerrichtlijn die, zonder geldige reden om niet terug te keren, illegaal in Nederland verblijft, is strijdig met de Terugkeerrichtlijn indien de stappen van de in de richtlijn vastgelegde terugkeerprocedure nog niet zijn doorlopen. Een strafoplegging kan de verwezenlijking van de met deze richtlijn nagestreefde doelstelling, te weten de invoering van een doeltreffend beleid van verwijdering en terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, immers in gevaar brengen.
Op basis van het door de advocaat-generaal overgelegde proces-verbaal ‘sfeer” kan niet worden vastgesteld of de terugkeerprocedure met betrekking tot de verdachte thans daadwerkelijk geheel is doorlopen. Hoewel het proces-verbaal “sfeer” vermeldt dat het op 18 maart 2015 is opgemaakt, staat op het voorblad als datum 18 juni 2015 vermeld. Gelet daarop kan het hof niet eenduidig vaststellen wat de huidige stand van zaken met betrekking tot de terugkeerprocedure van de verdachte is. Nu dit ook niet uit de overige stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting in hoger beroep kan worden afgeleid, zal het hof ten aanzien van feit 2 artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toepassen.
Met betrekking tot de strafoplegging ten aanzien van feit 1 overweegt het hof dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan winkeldiefstal, een ergerlijk feit dat schade en hinder veroorzaakt voor het gedupeerde bedrijf.
Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Bepaalt dat ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Veroordeelt de verdachte voor het onder 1 bewezenverklaarde tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. P.C. Römer en mr. H.S.G. Verhoeff, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Schoutsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 juli 2015.
mr. F.M.D. Aardema en mr. P.C. Römer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[....]
.