De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het medeplegen van de invoer van ruim twee kilogram cocaïne via Schiphol. In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis omdat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd heeft, maar acht het bewezen dat de verdachte samen met anderen de cocaïne heeft ingevoerd.
Het hof overweegt dat de verdachte een cruciale rol speelde door het leggen van contact met de koerier, het onderbrengen van de koerier in Nederland en de betrokkenheid bij de overdracht van de cocaïne. Hoewel het initiatief niet van hem uitging, was zijn rol onmisbaar binnen het georganiseerde verband.
Gezien de ernst van het feit, de hoeveelheid drugs en de landelijke richtlijnen voor straftoemeting, legt het hof een gevangenisstraf van 30 maanden op, gelijk aan de straf in eerste aanleg. Ook worden in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaard. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht.