ECLI:NL:GHAMS:2015:4891
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs hernieuwde inreis binnen vijf jaar na uitzetting
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens het vermeend illegaal verblijf in Nederland terwijl hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard en een inreisverbod had. De tenlastelegging betrof het verblijf na uitzetting, in strijd met de Vreemdelingenwet 2000.
Het hof heeft het bewijs onderzocht en vastgesteld dat de verdachte in 2004 naar Suriname is uitgezet en dat er geen objectieve aanwijzingen zijn dat hij binnen vijf jaar daarna weer in Nederland is teruggekeerd. De maximale duur van het inreisverbod is volgens de Terugkeerrichtlijn vijf jaar vanaf vertrekdatum. Het dossier bevatte geen bewijs van hernieuwde inreis binnen deze termijn.
Daarom oordeelde het hof dat het voordeel van de twijfel aan verdachte toekomt en sprak hem vrij van het ten laste gelegde. Tevens werd verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep voor een ander feit waartegen geen grieven waren ingediend.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed in hoger beroep opnieuw recht, waarbij de vrijspraak werd uitgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat hij binnen vijf jaar na uitzetting Nederland weer is binnengekomen.