Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de vrouwis het volgende gebleken.
de manis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2002 gehuwd en hebben drie kinderen. Na langdurige conflicten en ondertoezichtstelling van de kinderen is het gezag over de kinderen aan de vader toegekend. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking en tegen de vaststelling van een minimale onderhoudsbijdrage.
Het hof overweegt dat het gezamenlijk gezag niet passend is vanwege het risico dat de kinderen klem raken tussen de ouders door hun langdurige strijd. Hoewel de communicatie tussen partijen is verbeterd, is het niet te verwachten dat dit op korte termijn voldoende verbetert om gezamenlijk gezag mogelijk te maken.
Ten aanzien van de onderhoudsbijdrage stelt het hof vast dat de moeder geen draagkracht heeft om een bijdrage te leveren, mede door haar WAO-uitkering, beslaglegging en hoge schuldenlast. Het verzoek van de vader tot vaststelling van een bijdrage wordt daarom afgewezen. De reeds betaalde bijdragen hoeven niet te worden terugbetaald.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover het de onderhoudsbijdrage betreft, bekrachtigt het overige en wijst het overige hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bevestigt het eenhoofdig gezag van de vader en wijst het verzoek tot vaststelling van een onderhoudsbijdrage door de moeder af wegens gebrek aan draagkracht.