ECLI:NL:GHAMS:2015:5159
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aandelenleaseovereenkomst wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenote
In deze zaak staat de vernietiging van een aandelenleaseovereenkomst tussen Dexia Nederland B.V. en [geïntimeerde] centraal, waarbij de echtgenote van [geïntimeerde] de nietigheid van de overeenkomst heeft ingeroepen wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming.
De kantonrechter had vastgesteld dat het bewijsvermoeden dat voortvloeide uit betalingen vanaf een en/of-rekening was weerlegd door getuigenverklaringen van de echtelieden. Dexia stelde zich op het standpunt dat de rechtsvordering tot vernietiging was verjaard, omdat de echtgenote eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrief op de hoogte zou zijn geweest van de overeenkomst.
Het hof volgt de kantonrechter en oordeelt dat Dexia onvoldoende bewijs heeft geleverd om aan te tonen dat de echtgenote eerder bekend was met de overeenkomst. De getuigenverklaringen en omstandigheden, waaronder een telefoongesprek uit 1999, bieden geen voldoende aanknopingspunten om het bewijsvermoeden te ontkrachten.
Daarmee worden de grieven van Dexia verworpen, het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en Dexia veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de aandelenleaseovereenkomst vernietigt en wijst de grieven van Dexia af.