Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.Het geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het hoger beroep
5.Beslissing
pro formaaan tot
zondag 21 februari 2016;
Gerechtshof Amsterdam
Partijen, een man en een vrouw, zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over twee kinderen met een zorgregeling die dwangsommen oplegt bij overtredingen. De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking die de dwangsom verhoogde en verzoekt voor recht te verklaren dat hij vanaf 28 februari 2015 geen dwangsommen meer verbeurt.
De vrouw betwist de ontvankelijkheid van het beroep en stelt dat toetsing van dwangsommen pas na overtreding kan plaatsvinden. Het hof oordeelt dat de man ontvankelijk is en dat het verzoek moet worden opgevat als een verzoek om de dwangsom niet langer op te leggen.
Het hof constateert een schending van het hoor en wederhoor omdat de rechtbank een brief van de vrouw meeweegt zonder de man te laten reageren, maar dit leidt niet tot vernietiging van de beschikking omdat het hoger beroep fouten kan herstellen.
De zaak wordt aangehouden in afwachting van een eventueel hoger beroep tegen een eindbeschikking van de rechtbank waarin de man niet-ontvankelijk werd verklaard in een vergelijkbaar verzoek. Het hof wijst op de gespannen situatie tussen partijen en de impact op de kinderen en bespreekt de mogelijkheid van een ouderschapsonderzoek, maar ziet geen aanleiding om dit op te leggen.
De behandeling wordt pro forma aangehouden tot 21 februari 2016, met het verzoek aan partijen het hof te informeren over eventuele hoger beroepen tegen de eindbeschikking.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep wordt aangehouden tot 21 februari 2016 in afwachting van een eventueel hoger beroep tegen een eindbeschikking.