ECLI:NL:GHAMS:2015:554
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- J.E. Molenaar
- G.C. Makkink
- Rechtspraak.nl
Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks niet te goeder trouw ontstane schulden
Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van hun verzoeken tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling door de rechtbank Noord-Holland. De schulden aan het CJIB zijn volledig betaald, maar de schulden aan de Belastingdienst en DUO zijn niet te goeder trouw ontstaan. Het hof stelt vast dat appellant sub 1 onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw was ten aanzien van de omzetbelastingschuld, en dat appellante sub 2 erkent dat haar schuld aan DUO niet te goeder trouw is ontstaan.
Desondanks acht het hof gronden aanwezig om appellanten alsnog toe te laten tot de schuldsaneringsregeling. Het hof weegt mee dat zij hun financiële problemen actief aanpakken, onder beschermingsbewind staan, beschikken over een goed sociaal vangnet en geen nieuwe schulden maken. Ook heeft appellant sub 1 zijn onderneming gestaakt en de auto verkocht.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing op appellanten, waarna de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Noord-Holland voor verdere afhandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst appellanten alsnog toe tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.