ECLI:NL:GHAMS:2015:5641

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 december 2015
Publicatiedatum
12 januari 2016
Zaaknummer
200.157.282/03 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelbeschikking Ondernemingskamer inzake kennelijke fout in proceskostenveroordeling

In deze zaak heeft de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam een herstelbeschikking gegeven op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De beschikking betreft een correctie van een kennelijke fout in de beschikking van 26 november 2015, waarin ten onrechte een andere partij werd genoemd als de partij die de proceskosten toegewezen krijgt.

De fout bestond uit het noemen van belanghebbende sub 7 ([C]) in plaats van belanghebbende sub 5 ([A]) in de slotzin van rechtsoverweging 3.18 en in het dictum. Na mededeling van de fout aan partijen en het horen van hun standpunten, waarbij geen bezwaar werd gemaakt, heeft de Ondernemingskamer besloten de fout te herstellen.

De herstelbeschikking stelt de correcte partij ([A]) als de partij die de proceskosten van Bambalia c.s. en Planeta toegewezen krijgt. De kosten zijn begroot op € 2.993. De beschikking is uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van 3 december 2015 door de Ondernemingskamer bestaande uit vijf raadsheren, onder voorzitterschap van A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar.

Uitkomst: De Ondernemingskamer herstelt de beschikking door de juiste partij te noemen als de partij die de proceskosten toegewezen krijgt.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.157.282/03 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 3 december 2015 inzake
1. de rechtspersoon naar het recht van Cyprus
BAMBALIA LIMITED,
gevestigd te Limassol, Cyprus,
2. de rechtspersoon naar het recht van Cyprus
GELVASER INVESTMENTS LIMITED,
gevestigd te Limassol, Cyprus,
VERZOEKSTERS,
advocaat:
mr. J.H. Lemstra, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ZED+ B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat:
mr. H.A. de Savornin Lohman, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de rechtspersoon naar het recht van Luxemburg
WISDOM ENTERTAINMENT S.A.R.L,
gevestigd te Luxemburg, Luxemburg,
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mr. H.W.L. de Beauforten
mr. D.J.F.F.M. Duynstee, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
2. de rechtspersoon naar het recht van Spanje
TORREAL S.A.,
gevestigd te Madrid, Spanje,
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mr. C.C.A. van Resten
mr. M.H.R.N.Y Cordewener, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VIMPELCOM HOLDINGS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
niet verschenen,
e n t e g e n
4. de rechtspersoon naar het recht van Spanje
PLANETA CORPORACIóN S.L.,
gevestigd te Barcelona, Spanje,
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mr. M.W.E. Eversen
mr. P.F.A Spuijbroek, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n

5 [A] ,

wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mr. K. Ruttenen
mr. J.R. Hurenkamp, beiden kantoorhoudende te Utrecht,
e n t e g e n

6 [B] ,

wonende te [....] ,

7 [C] ,

wonende te [....] ,

8 [D] ,

wonende te [....] ,

9 [E] ,

wonende te [....] ,
allen in persoon verschenen,
e n t e g e n

10 [F] ,

wonende te [....] ,

11 [G] ,

wonende te [....] ,

12 [I] ,

wonende te [....] ,

13 [H] ,

wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
niet verschenen,
e n t e g e n

14 Frank Herbert SCHREVE,

wonende te Naarden,
BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. R.I. Loosen, kantoorhoudende te Amsterdam.

1.Het verloop van het geding

1.1
Partijen, voor zover zij in deze beschikking voorkomen, worden hierna als volgt aangeduid:
verzoeksters gezamenlijk als Bambalia c.s.;
belanghebbende sub 1 als Wisdom;
belanghebbende sub 4 als Planeta;
belanghebbende sub 5 als [A] ;
belanghebbende sub 7 als [C] .
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 27 november 2014, 3 december 2014, 16 december 2014, 13 februari 2015 en 26 november 2015 in deze zaak.
1.3
Bij brief van 30 november 2015 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen meegedeeld dat in de beschikking van 26 november 2015 Bambalia c.s. en Planeta zijn veroordeeld in de kosten van het geding aan de zijde van [C] , dat daar per abuis [C] is vermeld en niet [A] , en dat dit een kennelijke fout betreft die de Ondernemingskamer voornemens is op de voet van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te herstellen. Voorts zijn partijen bij die brief in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten.
1.4
Bij e-mail van 1 december 2015 heeft mr. Hurenkamp namens [A] bericht daartegen geen bezwaar te hebben. Bij e-mail van 2 december 2015 heeft ook mr. Duynstee namens Wisdom bericht daartegen geen bezwaar te hebben. Van de overige partijen is in dit verband niet vernomen.

2.De gronden van de beslissing

De Ondernemingskamer heeft geconstateerd dat in rechtsoverweging 3.18 slotzin en in het dictum van haar beschikking van 26 november 2015 in deze zaak [C] is genoemd terwijl daar [A] had moeten worden genoemd. Het voorgaande is aan te merken als een kennelijke fout in de zin van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering die zich leent voor verbetering zoals eveneens in dat artikel bedoeld. De Ondernemingskamer zal die fout verbeteren en wel als volgt.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
verbetert haar op 26 november 2015 gegeven beschikking in deze zaak aldus dat:
  • rechtsoverweging 3.18 slotzin komt te luiden: “Bambalia c.s. en Planeta, in het ongelijk gesteld, zullen worden veroordeeld in de proceskosten van [A] ”;
  • de tweede alinea van het dictum komt te luiden: “veroordeelt Bambalia c.s. en Planeta in de kosten van het geding, van de zijde van [A] begroot op € 2.993”;
stelt de verbetering op de minuut van die beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, voorzitter, mr. J. den Boer en
mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. P.R. Baart en prof. dr. R.A.H van der Meer RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 3 december 2015.