ECLI:NL:GHAMS:2015:5740
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 15 juli 2015 in raadkamer besloten het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Schiphol, af te wijzen. De rechtbank had een bevel tot gevangenhouding gegeven in twee zaken tegen verdachte, die in voorlopige hechtenis verbleef.
Het hof constateerde dat verdachte in beide zaken in bewaring was gesteld en dat het bevel tot gevangenhouding beide parketnummers vermeldde, hoewel er sprake was van een kennelijke verschrijving in de vermelding daarvan. Het hof sloot zich aan bij de gronden van de rechtbank en oordeelde dat gezien de justitiële documentatie en het feit dat verdachte in een proeftijd liep en opnieuw verdachte was van een geweldsgerelateerd delict, er sprake was van een gegronde vrees voor recidive.
Het verzoek van verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen omdat de schorsingsvoorwaarden onvoldoende waren om het recidivegevaar afdoende te beperken. De persoonlijke belangen van verdachte wogen niet op tegen de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die het voortduren van de vrijheidsbeneming rechtvaardigen.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege gegronde vrees voor recidive en onvoldoende gewicht van persoonlijke belangen.