ECLI:NL:GHAMS:2015:5778

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 april 2015
Publicatiedatum
19 juli 2016
Zaaknummer
15/810064-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 1 onder A EVRMArt. 5 lid 1 onder C EVRM
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging voorlopige hechtenis ondanks verzoek schorsing in hoger beroep

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen een bevel tot gevangenhouding van de verdachte, die reeds veroordeeld is. De rechtbank Noord-Holland had op 26 februari 2015 het bevel tot voorlopige hechtenis uitgesproken. Het hof heeft de stukken en het verweer van de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, bestudeerd en de advocaat-generaal gehoord.

Het hof sluit zich aan bij de beslissing van de rechtbank en overweegt dat de door de raadsman aangevoerde jurisprudentie, waaronder het arrest Geisterfer, niet van toepassing is omdat er een veroordelend vonnis ligt. Het arrest Geisterfer betreft vrijheidsbeneming onder art. 5 lid 1 onder Pro C EVRM, terwijl hier art. 5 lid 1 onder Pro A EVRM van toepassing is.

Het verzoek van de verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen omdat het belang van de verdachte bij invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige maatschappelijke veiligheidsredenen die de gevangenhouding rechtvaardigen. Dit wordt versterkt doordat de resultaten van het onderzoek naar de detentiegeschiktheid nog niet beschikbaar zijn.

De beschikking is op 8 april 2015 in raadkamer gegeven door de voorzitter en raadsheren van het hof, en de advocaat-generaal heeft de beschikking aan de verdachte ter kennis gebracht.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.

Uitspraak

15/810064-13
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,
wonende te [adres],
thans verblijvende in de penitentiaire inrichting Noord Holland Noord, Unit Zuyder Bos te Heerhugowaard,
tegen de beslissing van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Alkmaar van 26 februari 2015, houdende bevel tot zijn gevangenneming.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Alkmaar van 26 februari 2015, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. V.A. Groeneveld.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.
Het hof overweegt dat de door de raadsman aangevoerde jurisprudentie geen aanknopingspunt biedt om het hoger beroep gegrond te verklaren nu er een veroordelend vonnis ligt, zodat sprake is van een situatie als bedoeld in art. 5 lid 1 onder Pro A EVRM. Het arrest Geisterfer heeft betrekking op een zaak waarbij sprake was van vrijheidsbeneming in de zin van art. 5 lid 1 onder Pro C EVRM.
Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis geldt dat dit verzoek thans moet worden afgewezen, omdat het belang dat de verdachte heeft bij zijn invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die in het bevel tot zijn gevangenhouding zijn aangewezen, welke ook thans nog grond geven tot voortduring van zijn vrijheidsbeneming. Dit geldt temeer nu de resultaten van het onderzoek naar de detentiegeschiktheid van de verdachte nog niet beschikbaar zijn.

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 8 april 2015 in raadkamer van dit hof door
mr. F.A. Hartsuiker, voorzitter,
mrs. R.A.F. Gerding en L.I.M. van Bergen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. K.D.M. de Lange als griffier.
15/810064-13
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 8 april 2015,
de advocaat-generaal