ECLI:NL:GHAMS:2015:5778
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorlopige hechtenis ondanks verzoek schorsing in hoger beroep
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen een bevel tot gevangenhouding van de verdachte, die reeds veroordeeld is. De rechtbank Noord-Holland had op 26 februari 2015 het bevel tot voorlopige hechtenis uitgesproken. Het hof heeft de stukken en het verweer van de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, bestudeerd en de advocaat-generaal gehoord.
Het hof sluit zich aan bij de beslissing van de rechtbank en overweegt dat de door de raadsman aangevoerde jurisprudentie, waaronder het arrest Geisterfer, niet van toepassing is omdat er een veroordelend vonnis ligt. Het arrest Geisterfer betreft vrijheidsbeneming onder art. 5 lid 1 onder Pro C EVRM, terwijl hier art. 5 lid 1 onder Pro A EVRM van toepassing is.
Het verzoek van de verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen omdat het belang van de verdachte bij invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige maatschappelijke veiligheidsredenen die de gevangenhouding rechtvaardigen. Dit wordt versterkt doordat de resultaten van het onderzoek naar de detentiegeschiktheid nog niet beschikbaar zijn.
De beschikking is op 8 april 2015 in raadkamer gegeven door de voorzitter en raadsheren van het hof, en de advocaat-generaal heeft de beschikking aan de verdachte ter kennis gebracht.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.