ECLI:NL:GHAMS:2015:5790

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 februari 2015
Publicatiedatum
19 juli 2016
Zaaknummer
13/730029-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schorsing voorlopige hechtenis wegens ernst delict en maatschappelijke veiligheid

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam die het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte had afgewezen.

De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en verblijvend in het huis van bewaring Nieuwersluis, had via zijn raadsman een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis ingediend en aangeboden een borgsom van € 10.000,- te betalen.

Het hof heeft dit verzoek en het bod op borgsom afgewezen, omdat gezien de aard en ernst van het delict waarbij grote geldbedragen zijn gemoeid, een borgsom onvoldoende zekerheid biedt. Tevens weegt het belang van maatschappelijke veiligheid zwaarder dan het belang van de verdachte bij invrijheidstelling.

Het hof bevestigt daarmee de eerdere beslissing van de rechtbank en wijst het beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege de ernst van het delict en het belang van maatschappelijke veiligheid.

Uitspraak

13/730029-14
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Colombia) op [geboortedag] 1985,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans verblijvende in het huis van bewaring Nieuwersluis te Nieuwersluis,
tegen de beslissing van de rechtbank te Amsterdam van 10 december 2014, houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Amsterdam van 12 december 2014, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. G.R. Stolk.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.
De verdediging heeft mondeling een verzoek tot schorsing gedaan en aangeboden een borg van € 10.000,- te betalen ter verzekering dat de verdachte bij de inhoudelijke behandeling zal verschijnen. Het hof wijst dit aanbod af. Het hof overweegt daartoe dat gelet op de aard en de ernst van het delict waarmee grote geldbedragen zijn gemoeid een borgsom onvoldoende zekerheid kan bieden.
Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen, omdat het belang dat de verdachte heeft bij haar invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die in het bevel tot haar gevangenhouding zijn aangewezen, welke ook thans nog grond geven tot voortduring van haar vrijheidsbeneming.

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 11 februari 2015 in raadkamer van dit hof door
mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,
mrs. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt, raadsheren,
in tegenwoordigheid van K.D.M. de Lange als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 11 februari 2015,
de advocaat-generaal