ECLI:NL:GHAMS:2015:5790
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing voorlopige hechtenis wegens ernst delict en maatschappelijke veiligheid
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam die het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte had afgewezen.
De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en verblijvend in het huis van bewaring Nieuwersluis, had via zijn raadsman een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis ingediend en aangeboden een borgsom van € 10.000,- te betalen.
Het hof heeft dit verzoek en het bod op borgsom afgewezen, omdat gezien de aard en ernst van het delict waarbij grote geldbedragen zijn gemoeid, een borgsom onvoldoende zekerheid biedt. Tevens weegt het belang van maatschappelijke veiligheid zwaarder dan het belang van de verdachte bij invrijheidstelling.
Het hof bevestigt daarmee de eerdere beslissing van de rechtbank en wijst het beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege de ernst van het delict en het belang van maatschappelijke veiligheid.