ECLI:NL:GHAMS:2015:5794

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
29 april 2015
Publicatiedatum
19 juli 2016
Zaaknummer
15/800126-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen schorsing voorlopige hechtenis wegens ernst van het feit

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die het verzoek tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis had afgewezen. De verdachte werd verdacht van een ernstig feit en verbleef in de huis van bewaring te Zwaag.

Het hof heeft de stukken en de gronden van de rechtbank bestudeerd en voegde een aanvullende grond toe op basis van artikel 67a, tweede lid, sub 3 Sv. Gezien de observatie van de politie waarbij de verdachte werd aangetroffen op het dak van een restaurant zonder dat hij hier een verklaring voor gaf, achtte het hof ernstige bezwaren aanwezig.

Verder oordeelde het hof dat vanwege de ernst van het feit en de justitiële documentatie van de verdachte de uitzondering van artikel 67a lid 3 Sv niet van toepassing is. Het ontbreken van een reclasseringsrapport met concrete schorsingsvoorwaarden maakte het onmogelijk om het recidivegevaar voldoende in te schatten. Daarom werd het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen.

De advocaat-generaal bracht deze beschikking ter kennis van de verdachte. De beslissing werd genomen door de raadkamer van het hof op 29 april 2015.

Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van de schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.

Uitspraak

15/800126-15
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Zwaag te Zwaag,
tegen de beschikking van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Alkmaar van 25 maart 2015, houdende bevel tot zijn gevangenhouding en afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Alkmaar van 27 maart 2015, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. M.S. Rozenbeek.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust,
met uitzondering van de onderzoeksgrond en met dien verstande dat het hof de grond zoals bedoeld in artikel 67a, tweede lid, sub 3 Sv toevoegt.
Gelet op de observatie van de politie en het aantreffen van de verdachte op het dak van het restaurant, waarvoor de verdachte tot heden geen uitleg heeft willen geven, acht het hof ernstige bezwaren aanwezig.
Gelet op de ernst van het feit en de justitiële documentatie van de verdachte is het hof van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a lid 3 Sv niet van toepassing is.
Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis overweegt het hof dat door het ontbreken van een reclasseringsrapport met concrete schorsingsvoorwaarden onvoldoende beoordeeld kan worden of het recidivegevaar met het stellen van schorsingsvoorwaarden voldoende kan worden beperkt. Het hof denkt daarbij aan invulling door de behandeling van Palier en de mogelijkheden van elektronisch toezicht.
Om die reden zal het hof het verzoek afwijzen.

15.800126-15

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.
Deze beschikking is gegeven op 29 april 2015 in raadkamer van dit hof door
mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,
mrs. M.R. Cox en B.A.A. Postma, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 29 april 2015,
de advocaat-generaal