ECLI:NL:GHAMS:2015:5795

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 februari 2015
Publicatiedatum
19 juli 2016
Zaaknummer
15/810021-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing voorlopige hechtenis ondanks ernstig subsidiair feit

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 11 februari 2015 in raadkamer uitspraak gedaan over het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, die een bevel tot voorlopige hechtenis bevatte. De verdachte was in voorlopige hechtenis gesteld wegens een subsidiair feit waarop een gevangenisstraf van meer dan twaalf jaren staat.

Na bestudering van de stukken en het horen van de advocaat-generaal en de verdachte met zijn raadsman, oordeelde het hof dat er weliswaar voldoende ernstige bezwaren zijn tegen de verdachte, maar dat de omstandigheden waaronder het subsidiaire feit plaatsvond niet zodanig zijn dat de rechtsorde geschokt is. Hierdoor rechtvaardigt het voortduren van de voorlopige hechtenis zich niet.

Het hof vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank voor zover die het voortduren van de voorlopige hechtenis betrof en besloot de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee raadsheren in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven ondanks ernstige bezwaren wegens onvoldoende geschokte rechtsorde.

Uitspraak

15/810021-15
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1963,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Haarlem te Haarlem,
tegen de beschikking van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Haarlem van 28 januari 2015, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de schriftelijke verklaring aan de griffier van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Haarlem van 29 januari 2015, waarbij door de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. H.J.G. Dudink.

De beoordeling

Het hof is van oordeel dat er voldoende ernstige bezwaren zijn voor hetgeen de verdachte subsidiair wordt verweten. Dit subsidiaire feit betreft een feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan twaalf jaren is gesteld. Gelet echter op alle feiten en omstandigheden waaronder het feit heeft plaatsgevonden is het hof van oordeel dat er geen sprake is van een zodanig geschokte rechtsorde dat dit een voortduren van de voorlopige hechtenis rechtvaardigt.

De beslissing

Het hof:
VERNIETIGT de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
HEFT OP de voorlopige hechtenis van de verdachte.
Deze beschikking is gegeven op 11 februari 2015 in raadkamer van dit hof door
mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,
mrs. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt, raadsheren,
in tegenwoordigheid van K.D.M. de Lange als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 11 februari 2015,
de advocaat-generaal