ECLI:NL:GHAMS:2015:5797

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 januari 2015
Publicatiedatum
19 juli 2016
Zaaknummer
13/685050-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a lid 3 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot voortduring voorlopige hechtenis en afwijzing schorsingsverzoek

Het Gerechtshof Amsterdam heeft in raadkamer uitspraak gedaan over het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 29 december 2014, waarin een bevel tot gevangenhouding was gegeven.

Het hof heeft de stukken inzake de voorlopige hechtenis bestudeerd en gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van verdachte. Gelet op een uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State acht het hof voorlopige hechtenis voor feit 2 niet passend, maar voor feit 1 zijn er voldoende ernstige bezwaren om de hechtenis voort te zetten.

Het hof overweegt dat het voornemen van het Openbaar Ministerie om een ISD-maatregel te vorderen en de justitiële documentatie van verdachte geen aanleiding geven tot toepassing van art. 67a lid 3 Sv. Het verzoek van verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen omdat het belang van verdachte bij vrijlating niet opweegt tegen de maatschappelijke veiligheidsbelangen.

De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en de gevangenhouding voor feit 1 wordt voor 90 dagen bevolen. Het verzoek tot schorsing wordt afgewezen.

Uitkomst: De voorlopige hechtenis voor feit 1 wordt voor 90 dagen voortgezet en het verzoek tot schorsing wordt afgewezen.

Uitspraak

13/685050-14
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Somalië) op [geboortedag] 1984,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans verblijvende in het huis van bewaring Almere Binnen te Almere,
tegen de beschikking van de rechtbank te Amsterdam van 29 december 2014, houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Amsterdam van 31 december 2014, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte mr. [naam].

De beoordeling

Het hof acht gelet op de uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 november 2014 voor feit 2 voorlopige hechtenis niet de aangewezen maatregel. Ten aanzien van feit 1 zijn er naar het oordeel van het hof voldoende ernstige bezwaren en gronden om de voorlopige hechtenis te laten voortduren.
Gelet op het voornemen van het Openbaar Ministerie om de ISD-maatregel te vorderen en de Justitiële Documentatie van de verdachte doet zich naar het oordeel van het hof thans geen omstandigheid voor als bedoeld in art. 67a lid 3 Sv.
Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis geldt dat dit verzoek moet worden afgewezen, omdat het belang dat de verdachte heeft bij zijn invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die in het bevel tot zijn gevangenhouding zijn aangewezen, welke ook thans nog grond geven tot voortduring van zijn vrijheidsbeneming.

De beslissing

Het hof:
VERNIETIGT de beschikking waarvan beroep.
BEVEELT de gevangenhouding voor feit 1 voor een periode van 90 (negentig) dagen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 21 januari 2015 in raadkamer van dit hof door
mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,
mrs. L.I.M. van Bergen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van K.D.M. de Lange als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 21 januari 2015,
de advocaat-generaal