Uitspraak
Procesgang
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
algemeen
,omdat:
Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
.
25doet en dat ze morgen tegels en spullen gaat kopen’ én dat ze - kort gezegd - meer geld nodig heeft. Mede gelet op ‘het laatste woord’, waarin de veroordeelde verklaart dat de vader van [naam 10] de badkamer (inclusief arbeid) heeft gedaan voor ƒ 2.500,- (en dus niet voor ƒ 25.000,-) acht het hof aannemelijk dat de veroordeelde een bedrag van ƒ 2.500,- voor de badkamer van [naam 10] heeft betaald.
f36.558,- voor middels [bedrijf 7] geboekte reizen niet kunnen worden toegerekend aan de veroordeelde, aangezien deze niet door hem zijn verricht. Uit de relevante tapverslagen blijkt dat de veroordeelde - gesteld dat hij de beller zou zijn - nimmer iets heeft gezegd in de trant van dat zijn zoon zou komen betalen. Bovendien liegt de getuige [getuige 1] aantoonbaar daar waar hij ontkent [naam 6] te kennen, aangezien het tegendeel onomstotelijk blijkt uit de tapgesprekken. Ook blijkt uit die gesprekken dat anderen dan de veroordeelde deze reizen hebben geboekt en gefinancierd. Voorts heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de hoogte van de uitgaven wordt vertroebeld door contante uitgaven die voor rekening van derden komen. Dit geldt met name ten aanzien van [naam 8] , aangezien uit het dossier blijkt dat hij evident contante uitgaven heeft verricht. Subsidiair heeft de raadsman verzocht getuigen te doen horen teneinde voornoemde stellingen van de veroordeelde aannemelijk te maken.
f29.727,- heeft verricht.
Verplichting tot betaling aan de Staat
Toepasselijk wettelijk voorschrift
BESLISSING
2.164.744,45 (tweemiljoen honderdvierenzestigduizend zevenhonderdvierenveertig euro en vijfenveertig cent).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 2.144.744,00 (tweemiljoen honderdvierenveertigduizend zevenhonderdvierenveertig euro).