ECLI:NL:GHAMS:2015:740
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- C.G. Kleene-Eijk
- Rechtspraak.nl
Afwijking van verdeling stamrecht bij echtscheiding in huwelijksgoederengemeenschap
Partijen zijn in 1988 in gemeenschap van goederen gehuwd en hebben drie dochters. De man ontving een ontslagvergoeding die werd gestort in een holding met een stamrechtovereenkomst. Na verlies van inkomen leende hij uit het stamrecht om in het levensonderhoud te voorzien. De vrouw woont in de voormalige echtelijke woning die verkocht moet worden.
De rechtbank had geoordeeld dat het stamrecht niet verknocht was aan de man en dat de aanspraken die na ontbinding van het huwelijk worden geëffectueerd aan hem toekomen. De vrouw stelde hoger beroep in tegen deze verdeling en de afwijzing van haar verzoek om bijdrage in levensonderhoud.
Het hof oordeelt dat het stamrecht niet verknocht is aan de man omdat hij vrij is de ingangsdatum en hoogte van de uitkering te bepalen en hij bewust gekozen heeft voor een leenconstructie. Vanwege de betalingen die de man uit het stamrecht doet voor de woning en de kinderen, acht het hof het onaanvaardbaar dat de vrouw aanspraak maakt op een verdeling bij helfte. De aanspraken uit het stamrecht worden daarom aan de man toegedeeld. De overige grieven van de vrouw worden verworpen en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijkt af van de verdeling bij helfte en deelt de aanspraken uit het stamrecht toe aan de man, bekrachtigt de waardering van de aandelen en wijst het verzoek van de vrouw om bijdrage in levensonderhoud af.