Uitspraak
mr. K. de Vries, kantoorhoudende te Groningen,
mr. C.J. van Dijk, kantoorhoudende te Ede,
mr. C.J. van Dijk, kantoorhoudende te Ede.
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een zaak betreffende het beleid en de gang van zaken van de besloten vennootschap JMJ Invest B.V. over de periode vanaf 1 januari 2009. Op 27 februari 2014 was een onderzoek bevolen en waren onmiddellijke voorzieningen getroffen, waaronder de schorsing van een bestuurder en de overdracht van aandelenbeheer aan een derde.
In januari 2015 berichtte de bestuurder Timmer dat tussen de drie aandeelhouders een minnelijke regeling was getroffen en dat alle verplichtingen jegens de benoemde functionarissen waren voldaan. Zowel de onderzoeker, bestuurder en beheerder van aandelen gaven aan geen bezwaar te hebben tegen beëindiging van het onderzoek en de voorzieningen.
Op verzoek van partijen besloot de Ondernemingskamer op 20 januari 2015 het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen met onmiddellijke ingang te beëindigen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee kwam een einde aan de procedure zonder verdere geschilpunten.
De beslissing is genomen in aanwezigheid van vijf raadsheren en de griffier tijdens een openbare zitting. De zaak betrof een civielrechtelijke procedure binnen het ondernemingsrecht, waarbij de Ondernemingskamer toezicht hield op het bestuur en aandeelhoudersbelangen.
Uitkomst: Het onderzoek naar het beleid van JMJ Invest en de getroffen onmiddellijke voorzieningen worden per direct beëindigd wegens een minnelijke regeling.