ECLI:NL:GHAMS:2016:1039
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vluchtgevaar en afwijzing schorsing voorlopige hechtenis verdachte
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 16 maart 2016 in raadkamer uitspraak gedaan over het hoger beroep van verdachte tegen de afwijzing van zijn verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis door de rechtbank Amsterdam. Het hof heeft de stukken bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord.
Het hof stelt dat vluchtgevaar niet alleen bestaat bij vrees voor ontduiking van de berechting, maar ook bij vrees dat verdachte zich zal onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een eventueel opgelegde vrijheidsstraf. Gezien de mogelijkheid dat de straf minder dan vier maanden kan zijn, waardoor geen Europees Aanhoudingsbevel kan worden uitgevaardigd, acht het hof het vluchtgevaar voldoende aannemelijk.
De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte bij zijn schoonmoeder in Nederland kan verblijven, maar heeft dit niet met stukken onderbouwd. De enkele mededeling van verdachte is onvoldoende om schorsing van de voorlopige hechtenis te rechtvaardigen.
Daarom wijst het hof het beroep tegen de beschikking en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. De beschikking is gegeven door de voorzitter en raadsheren van het hof in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep tegen de beschikking en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.