ECLI:NL:GHAMS:2016:1200

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 maart 2016
Publicatiedatum
1 april 2016
Zaaknummer
200.168.542/01 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:350 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhoging onderzoeksbudget en kostenverdeling in enquêterechtzaak Rotterdamse Taxi Centrale

In deze beschikking van 24 maart 2016 heeft de Ondernemingskamer Amsterdam het onderzoeksbudget voor het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Rotterdamse Taxi Centrale RTC N.V. en RTC Franchise B.V. verhoogd. Het onderzoek was aanvankelijk begroot op €50.000 exclusief omzetbelasting, later verhoogd tot €60.000. Op verzoek van de aangewezen onderzoeker is het budget met nog eens €10.000 verhoogd, gelet op de omvang van het commentaar op het conceptonderzoeksverslag en de te verwachten werkzaamheden.

De Ondernemingskamer acht het verzoek tot verhoging van het budget niet onredelijk en wijst dit toe. Tevens bepaalt zij dat de kosten van het onderzoek voor rekening komen van RTC N.V. en RTC Franchise B.V. en dat zij op verzoek van de onderzoeker zekerheid moeten stellen voor de betaling van het verhoogde bedrag. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Deze beslissing bouwt voort op eerdere beschikkingen van september en december 2015 waarin het onderzoek werd bevolen en het budget reeds werd vastgesteld en verhoogd. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om zich over de nieuwe verhoging uit te laten. De beschikking is uitgesproken in een openbare zitting van de Ondernemingskamer.

De zaak betreft een enquêterechtprocedure waarbij het functioneren van de vennootschappen wordt onderzocht, met als doel transparantie en het waarborgen van goed bestuur binnen de ondernemingen.

Uitkomst: Het onderzoeksbudget wordt verhoogd tot €70.000 exclusief btw en de kosten worden gedragen door RTC N.V. en RTC Franchise B.V. met zekerheidstelling voor betaling.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.168.542/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 24 maart 2016
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoeker 1],
gevestigd te [....] ,
(...)
23.
[verzoeker 23],
wonende te [....] ,
VERZOEKERS,
advocaten:
mr. P. Haasen
mr. B. Verkerk, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
1. de naamloze vennootschap
ROTTERDAMSE TAXI CENTRALE RTC N.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RTC FRANCHISE B.V.,
beide gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTERS,
advocaten:
mr. J.G. Princenen
mr. J.P.D. van de Klift, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
e n t e g e n

1..,

wonende te [....] ,
(...)
60.
[belanghebbende 60],
wonende te [....] ,

1.Het verloop van het geding

1.1
Partijen worden hierna verzoekers, RTC, RTC Franchise en belanghebbenden genoemd.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 11 september 2015, 18 september 2015 en 2 december 2015.
1.3
Bij de beschikking van 11 september 2015 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van RTC en RTC Franchise over de periode vanaf 1 januari 2009 en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 50.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. Bij de beschikking van 18 september 2015 heeft de Ondernemingskamer mr. P.D. Olden (hierna: de onderzoeker) aangewezen als onderzoeker. Bij de beschikking van 2 december 2015 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 60.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.4
Op 10 maart 2016 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht om een tweede verhoging van het onderzoeksbudget met een bedrag van € 10.000 (ex BTW). De Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over deze verhoging uit te laten. Van die gelegenheid hebben partijen geen gebruik gemaakt.

2.De gronden van de beslissing

2.1
Het verzoek van de onderzoeker maakt deel uit van een voortgangsrapportage, waarin hij verslag doet aan de Ondernemingskamer van de reeds door hem uitgevoerde werkzaamheden en een planning geeft van de nog uit te voeren werkzaamheden. Daarnaast maakt hij daarin melding van de uren die zijn besteed aan het onderzoek en het opstellen van het conceptonderzoeksverslag en van de gespecificeerde facturen die hij heeft verzonden. De onderzoeker geeft bovendien te kennen dat de verzochte (tweede) verhoging van het onderzoeksbudget gerechtvaardigd is gezien de omvang van het commentaar dat door partijen en andere betrokkenen is geleverd op het conceptonderzoeksverslag en het verwachte tijdsbeslag dat gemoeid zal zijn met het beoordelen en verwerken daarvan.
2.2
De onderzoeker heeft, zo overweegt de Ondernemingskamer, de kosten die hij nog verwacht te zullen moeten maken en de redenen voor verhoging van het budget voldoende toegelicht. Het verzoek komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal het verzoek van de onderzoeker dan ook toewijzen.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 11 september 2015 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Rotterdamse Taxi Centrale RTC N.V. en RTC Franchise B.V., beide gevestigd te Rotterdam, ten hoogste mag kosten tot € 70.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen;
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Rotterdamse Taxi Centrale RTC N.V. en RTC Franchise B.V. en dat zij ten behoeve van de onderzoeker op zijn verzoek en op de door hem te bepalen wijze (aanvullende) zekerheid dienen te stellen voor de betaling van (de verhoging van) dit bedrag;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en H. de Munnik en mr. J.B.M. Streppel, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 24 maart 2016.