ECLI:NL:GHAMS:2016:1218

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 maart 2016
Publicatiedatum
5 april 2016
Zaaknummer
23-001821-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 417bis SrArt. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken redelijk vermoeden van heling van gestolen telefoon

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland betreffende de tenlastelegging dat verdachte een telefoon had verworven terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze uit een misdrijf afkomstig was.

Tijdens het onderzoek en de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging. De verdachte had de telefoon gekocht van een persoon van wie hij eerder telefoons had aangeschaft die niet gestolen bleken te zijn. De telefoon werd voor een gangbare prijs gekocht en later met winst verkocht via een bekende website.

Het hof oordeelde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat de telefoon gestolen was. Hierdoor werd verdachte vrijgesproken van zowel opzetheling als schuldheling. Tevens werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf afgewezen.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 17 maart 2016.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van redelijk vermoeden dat de telefoon uit een misdrijf afkomstig was.

Uitspraak

parketnummer: 23-001821-15
datum uitspraak: 17 maart 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 april 2015 in de strafzaak onder de parketnummers 15-030600-15 en 15-703500-13 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
3 maart 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op een moment in of omstreeks de periode van 12 december 2014 tot en met 29 december 2014 te Sint Pancras en/of te Heerhugowaard en/of te Beverwijk althans in Nederland, een telefoon (Samsung S5) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die telefoon wist in elk geval (redelijker wijze) kon vermoeden/ had kunnen/moeten weten dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf
als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe als volgt.
Overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal zal de verdachte van de impliciet primair ten laste gelegde opzetheling worden vrijgesproken.
Ten aanzien van de impliciet subsidiair ten laste gelegde schuldheling geldt het volgende.
Artikel 417bis van het Wetboek van Strafrecht vereist van de pleger een bepaalde mate van schuld ten aanzien van de omstandigheid dat het goed door een misdrijf is verkregen. Daarvan is sprake indien de pleger bij enig nadenken over de hem bekende gegevens over het goed, had kunnen vermoeden dat het goed gestolen was en hij zonder nader onderzoek niet had mogen handelen.
De verdachte heeft de telefoon gekocht van [naam] bij wie hij, blijkens zijn verklaring bij de politie, reeds eerder telefoons heeft aangeschaft. Geen van deze telefoons was gestolen, aldus de verdachte.
De verdachte heeft de onderhavige telefoon aangeschaft voor € 200,-. Deze telefoon heeft de verdachte enige tijd later via de website marktplaats.nl voor € 275,- verkocht. Het hof leidt daar uit af dat dit voor een te goeder trouw zijnde derde een gangbare prijs was voor deze reeds gebruikte telefoon.
Bij gebrek aan andere aanwijzingen voor de omstandigheden waaronder de verdachte de telefoon
heeft verkregen, kan het hof uit de naar voren gekomen feiten en omstandigheden niet afleiden
dat de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat de telefoon uit een misdrijf afkomstig was.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Politierechter
in de rechtbank Noord-Holland van 16 april 2014 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor
de duur van 14 dagen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft van de eerder opgelegde voorwaardelijke straf de tenuitvoerlegging gevorderd, in die zin dat de verdachte in plaats daarvan een taakstraf zal verrichten van 28 uur,
subsidiair 14 dagen hechtenis.
Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart
niet bewezendat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt
de verdachte daarvan vrij.
Wijst afde vordering van de officier van justitie in het arrondissement Noord-Holland van
16 februari 2015, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter
in de rechtbank Noord-Holland van 16 april 2014, parketnummer 15-703500-13,
voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 14 dagen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Amsterdam, mr. S. Clement en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van J.G.W.M. Lut, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
17 maart 2016.
Mr. B.A.A. Postma is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[......]
.