ECLI:NL:GHAMS:2016:1369
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- J.L. Bruinsma
- M.J.G.B. Heutink
- J.H. Wesselink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing voorlopige hechtenis na veroordeling
De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaren. Na deze veroordeling verzocht zijn raadsman om schorsing van de voorlopige hechtenis vanwege medische operaties van zijn vrouw en zoon, die volgens de raadsman verzorging nodig hadden.
Het hof overweegt dat de voorlopige hechtenis is gebaseerd op de geschokte rechtsorde, een ernstige grondslag die alleen tot schorsing kan leiden bij zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden. Het hof acht de medische situatie van de vrouw en zoon onvoldoende zwaarwegend, mede omdat niet is gebleken dat alleen de verdachte hen kan verzorgen.
Daarom wijst het hof het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten en het toetsingskader van artikel 5 EVRM Pro na veroordeling.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens onvoldoende zwaarwegende persoonlijke omstandigheden.