ECLI:NL:GHAMS:2016:1396
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A.V.T. de Bie
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie en draagkrachtbepaling na echtscheiding
Partijen zijn in 1998 gehuwd en in 2011 gescheiden. Uit het huwelijk zijn vier kinderen geboren, waarvan drie niet meer bij de vrouw wonen. De man is medisch specialist en de vrouw werkt drie dagen per week. De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking die hem verplichtte € 2.580 bruto per maand aan partneralimentatie te betalen.
Het hof beoordeelde de behoeftigheid van de vrouw en haar draagkracht, waarbij werd vastgesteld dat zij door de traditionele rolverdeling tijdens het huwelijk haar verdiencapaciteit niet volledig heeft benut. Het hof ging uit van haar huidige inkomen en de hofnorm voor de behoeftebepaling, rekening houdend met het netto gezinsinkomen ten tijde van het uiteengaan en de kosten van de kinderen.
De draagkracht van de man werd vastgesteld op basis van zijn bruto inkomen in 2014, inclusief de nieuwe cao-regeling, waarbij de reiskostenvergoeding niet als inkomen werd meegeteld. Tevens werden zorgkosten voor het jongste kind en bijdragen aan studerende kinderen meegenomen. Het hof wees het verzoek van de man af om toekomstige alimentatietermijnen te verrekenen met vermeende niet-betaalde kinderbijslag.
Uiteindelijk stelde het hof de partneralimentatie vast op € 1.639 per maand vanaf 15 april 2015 en € 775 per maand vanaf 1 juli 2015, met terugwerkende kracht voor reeds betaalde bedragen.
Uitkomst: De partneralimentatie is vastgesteld op € 1.639 per maand vanaf 15 april 2015 en € 775 per maand vanaf 1 juli 2015.