ECLI:NL:GHAMS:2016:1447

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 april 2016
Publicatiedatum
15 april 2016
Zaaknummer
200.168.542/01 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:353 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking inzake neerlegging en terinzagelegging onderzoeksverslag Rotterdamse Taxi Centrale

De Ondernemingskamer Amsterdam heeft bij beschikking van 14 april 2016 geoordeeld over de neerlegging en terinzagelegging van het onderzoeksverslag dat is uitgevoerd naar het beleid en de gang van zaken van Rotterdamse Taxi Centrale RTC N.V. en RTC Franchise B.V. over de periode vanaf 1 januari 2009.

De procedure is voortgezet na eerdere beschikkingen waarin een onderzoek was bevolen en een onderzoeker was aangewezen. Op 12 april 2016 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen aan de Ondernemingskamer overgelegd, waarna dit verslag ter griffie is neergelegd.

De Ondernemingskamer heeft op grond van artikel 2:353 lid 2 BW Pro geoordeeld dat het verslag met bijlagen ter inzage moet liggen voor belanghebbenden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer.

Uitkomst: Het onderzoeksverslag ligt ter griffie ter inzage voor belanghebbenden conform artikel 2:353 lid 2 BW.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.168.542/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 14 april 2016
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoeker 1],
gevestigd te [....] ,
(...)
23.
[verzoeker 23],
wonende te [....] ,
VERZOEKERS,
advocaten:
mr. P. Haasen
mr. B. Verkerk, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
1. de naamloze vennootschap
ROTTERDAMSE TAXI CENTRALE RTC N.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RTC FRANCHISE B.V.,
beide gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTERS,
advocaten:
mr. J.G. Princenen
mr. J.P.D. van de Klift, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
e n t e g e n

1.[belanghebbende 1] ,

wonende te [....] ,
(...)
60.
[belanghebbende 60],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. M.E.C. Loken
mr. B. Kemp, beiden kantoorhoudende te Den Haag.

1.Het verloop van het geding

1.1
Partijen worden hierna verzoekers, RTC, RTC Franchise en belanghebbenden genoemd.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 11 september 2015, 18 september 2015, 2 december 2015 en 24 maart 2016.
1.3
Bij de beschikking van 11 september 2015 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van RTC en RTC Franchise over de periode vanaf 1 januari 2009. Bij de beschikking van 18 september 2015 heeft de Ondernemingskamer mr. P.D. Olden (hierna: de onderzoeker) aangewezen als onderzoeker.
1.4
Bij brief van 12 april 2016 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
1.5
De griffier heeft het verslag met bijlagen heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.

2.De gronden van de beslissing

De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag met bijlagen van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW Pro te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 11 september 2015 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Rotterdamse Taxi Centrale RTC N.V. en RTC Franchise B.V., beide gevestigd te Rotterdam, ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en H. de Munnik en mr. J.B.M. Streppel, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 14 april 2016.