ECLI:NL:GHAMS:2016:1507
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A.V.T. de Bie
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Hof erkent huwelijk gesloten in Marokko niet wegens gebrek aan vrije toestemming
In deze zaak staat centraal of het in 1994 in Marokko gesloten huwelijk tussen de vrouw en de man nietig is of erkend moet worden in Nederland. Het hof oordeelt dat het huwelijk formeel geldig is volgens Marokkaans recht, ondanks dat de huwelijksvoogd niet volgens de juiste rangorde is opgetreden. Dit betekent dat het primaire verzoek tot nietigverklaring wordt afgewezen.
Vervolgens beoordeelt het hof of het huwelijk in Nederland erkend kan worden. Op grond van artikel 10:32 BW Pro, zoals gewijzigd door de Wet tegengaan huwelijksdwang, wordt een buitenlands huwelijk niet erkend indien een der echtgenoten niet vrijelijk toestemming heeft gegeven. De vrouw was minderjarig en gaf volgens het hof geen vrije toestemming, mede door de onjuiste huwelijksvoogd en haar minderjarigheid.
De man heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat de toestemming vrijelijk was gegeven. Het hof acht het daarom onverenigbaar met de Nederlandse openbare orde om het huwelijk te erkennen. Dit leidt tot het oordeel dat het huwelijk in Nederland niet erkend wordt, waardoor het verzoek tot echtscheiding en tot vernietiging wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot echtscheiding en nietigverklaring af omdat het huwelijk niet erkend wordt wegens het ontbreken van vrije toestemming.