Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1992 gehuwd en in 2015 gescheiden. De man is fulltime werkzaam met een bruto jaarinkomen van ongeveer €50.480, terwijl de vrouw sinds 2014 een Ziektewetuitkering ontvangt vanwege gezondheidsproblemen. De vrouw vroeg een partneralimentatie van €854 per maand, de rechtbank bepaalde €832.
In hoger beroep betwist de man de behoefteberekening en de draagkracht van de vrouw, terwijl de vrouw haar behoefte nader onderbouwt met een lijst. Het hof corrigeert enkele posten en stelt de netto behoefte van de vrouw vast op €2.414 per maand, wat bruto €4.163 is. De vrouw kan niet meer verdienen dan haar Ziektewetuitkering van ongeveer €1.807 bruto per maand.
De man heeft kosten voor studerende kinderen en een hypotheeklast die nog niet definitief is. Het hof houdt rekening met kosten voor de kinderen en het kindgebonden budget, maar niet met een fictief rendement uit vermogen. De partneralimentatie wordt vastgesteld op €695 per maand. Het verzoek tot beperking van de duur van de alimentatie wordt afgewezen vanwege de lange duur van het huwelijk en de situatie van de vrouw.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vastgesteld op €695 per maand vanaf 10 juni 2015, en het verzoek tot beperking van de duur wordt afgewezen.