ECLI:NL:GHAMS:2016:1852
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aansprakelijkheid en kostenveroordeling bij opzettelijke aanrijding
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid voor een aanrijding op 8 februari 2014 centraal. Het hof had bij een tussenarrest vastgesteld dat de aanrijding opzettelijk was veroorzaakt en gaf appellant de mogelijkheid tegenbewijs te leveren. Appellant heeft drie getuigen gehoord die verklaarden dat de aanrijding onverwacht was en dat zij de tegenpartij niet hadden zien aankomen.
De tegenpartij, N.V. Noordhollandsche, voerde aan dat het tegenbewijs onvoldoende was en dat de verklaringen van de getuigen niet geloofwaardig waren. Het hof baseerde zich op diverse rapporten van deskundigen en vond dat de sporenonderzoeken en verklaringen van de getuige namens Noordhollandsche niet waren weerlegd. De bevindingen wezen uit dat de auto van appellant stil stond op het moment van de aanrijding, hetgeen niet werd betwist door de getuigen.
Het hof concludeerde dat appellant niet geslaagd was in het leveren van tegenbewijs en bevestigde de eerdere vaststelling van opzet. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd voor zover het de reconventie betrof, appellant werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 2.129,24 plus wettelijke rente en in de proceskosten. Het overige vonnis werd bekrachtigd.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van € 2.129,24 en proceskosten, tegenbewijs wordt afgewezen.