ECLI:NL:GHAMS:2016:1878

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 mei 2016
Publicatiedatum
13 mei 2016
Zaaknummer
23-000417-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.18 APV AmsterdamArt. 395a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van overtreding van de APV Amsterdam

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter Amsterdam waarin verdachte werd beschuldigd van het zonder redelijk doel ophouden in of bij een portiek op de Dintelstraat te Amsterdam op 3 februari 2015.

De tenlastelegging betrof het zitten of liggen in of bij een portiek, raamkozijn of drempel van een gebouw, hetgeen volgens het openbaar ministerie een overtreding van artikel 2.18 van de APV Amsterdam zou zijn.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 28 april 2016 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen en pleidooien van de advocaat-generaal en de raadsvrouw van verdachte. Het hof oordeelde dat de inhoud van het proces-verbaal en de bijlagen onvoldoende waren om het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. Dit arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 28 april 2016.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het ten laste gelegde.

Uitspraak

parketnummer: 23-000417-16
datum uitspraak: 28 april 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 21 januari 2016 in de strafzaak onder parketnummer 96‑174094-15 tegen
[verdachte],
geboren te Amsterdam op [geboortedag] 1997,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 28 april 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 3 februari 2015 te Amsterdam zonder redelijk doel zich in of bij een portiek of een poort heeft opgehouden of op of tegen een raamkozijn en/of een drempel van een gebouw heeft gezeten en/of gelegen, immers heeft hij op de Dintelstraat in of bij een portiek gezeten.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is de inhoud van het proces-verbaal van overtreding met de daarbij gevoegde bijlagen onvoldoende om een bewezenverklaring van het ten laste gelegde te dragen, zodat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd. Het hof zal de verdachte hiervan dan ook vrijspreken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.M. van der Nat, mr. J.A.M. de Wit en mr. M.R. Cox, in tegenwoordigheid van mr. S. Ourahma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 april 2016.
Mr. M.R. Cox is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.