Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2011 gehuwd en hun huwelijk is op 29 oktober 2015 ontbonden. Er zijn geen kinderen uit het huwelijk geboren. De man, met de Amerikaanse nationaliteit, verzocht om een partneralimentatie van €1.200 netto per maand, welke door de rechtbank was afgewezen. De vrouw, met Britse en Australische nationaliteit, betwistte de lotsverbondenheid en stelde dat zij niet gehouden was bij te dragen in het levensonderhoud van de man.
Het hof stelde vast dat de wettelijke onderhoudsverplichting tussen ex-echtgenoten voortvloeit uit de lotsverbondenheid die door het huwelijk is ontstaan. De vrouw kon niet aantonen dat deze lotsverbondenheid ontbrak of was geëindigd, zodat de onderhoudsplicht bleef bestaan. De man moest aantonen dat hij zich voldoende inspande om in eigen levensonderhoud te voorzien en zijn aanvullende behoefte onderbouwen.
De man bracht e-mails over sollicitaties in 2015 naar voren, maar deze waren onvoldoende om te concluderen dat hij zich voldoende inspande. Ook de financiële stukken van zijn ondernemingen waren ontoereikend om zijn behoefte vast te stellen. De vrouw stelde dat de man geen aanvullende behoefte had en voldoende zelfvoorzienend was. Het hof oordeelde dat de man onvoldoende had onderbouwd dat hij recht had op partneralimentatie en bekrachtigde de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man tot partneralimentatie af en bekrachtigt de bestreden beschikking.