ECLI:NL:GHAMS:2016:193
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt toepasselijkheid Surinaams recht op huwelijksgoederen en herwaardeert stichtingvermogen
Partijen, gehuwd in Suriname in 2009 en gescheiden in 2013, stonden in hoger beroep over de verdeling van de gemeenschap van goederen, met name de waarde van een stichting die eigenaar is van de echtelijke woning in Suriname.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, maar dat Surinaams recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime omdat partijen vooral in Suriname hebben geleefd en het vermogen zich daar bevindt. De man stelde dat de woning en schulden van de stichting buiten de gemeenschap vielen, maar het hof vond dat de man onvoldoende bewijs leverde en dat zijn vermogensrechten jegens de stichting deel uitmaken van de gemeenschap.
De waarde van de stichting werd door de rechtbank vastgesteld op €50.606,-, maar het hof stelde vast dat een betrouwbare taxatie een vrije waarde van €85.479,- aangeeft, waar een schuld van €16.200,- vanaf gaat, wat leidt tot een netto waarde van €69.279,-. De man moet de vrouw de helft hiervan, €34.640,-, vergoeden. Het hof vernietigde het eerdere oordeel en stelde de verdeling dienovereenkomstig vast.
Uitkomst: De waarde van de stichting wordt vastgesteld op €69.279,- en de man moet de vrouw de helft hiervan vergoeden.