ECLI:NL:GHAMS:2016:1952
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing voorlopige hechtenis na eerdere beslissing
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de afwijzing van zijn verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis door de rechtbank Alkmaar. De verdachte had reeds op 20 januari 2016 hoger beroep ingesteld tegen een eerdere afwijzing van een soortgelijk verzoek.
Het hof overwoog dat artikel 87, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat een verdachte slechts eenmaal in hoger beroep kan komen tegen een afwijzing van een verzoek tot schorsing of opheffing van voorlopige hechtenis. Hoewel artikel 406, tweede lid Sv in bepaalde gevallen een uitzondering maakt wanneer het onderzoek ter terechtzitting al is aangevangen maar nog niet geëindigd, was het niet de bedoeling van de wetgever om nieuwe beroepsmogelijkheden te creëren.
Daarom oordeelde het hof dat de beperkingen van artikel 87, tweede lid Sv ook gelden indien het onderzoek ter terechtzitting al is begonnen. Gezien de eerdere beslissing op 20 januari 2016 verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het huidige hoger beroep. De beschikking werd op 4 mei 2016 in raadkamer gegeven.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis.