ECLI:NL:GHAMS:2016:1996
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.F.G.H. Beckers
- M. Wigleven
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omgangsregeling biologische vader en kinderen na statusvoorlichting
De biologische vader is in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn twee kinderen, geboren in 2007 en 2009. De moeder en de juridische vader oefenen gezamenlijk het gezag uit. Eerder was er een ondertoezichtstelling van de kinderen om statusvoorlichting en omgang veilig te laten verlopen, maar deze werd niet verlengd. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde proefcontacten en voortzetting van statusvoorlichting.
De moeder betoogde dat omgang niet in het belang van de kinderen is vanwege hun negatieve reacties en persoonlijke omstandigheden, terwijl de biologische vader en de Raad het recht op omgang en voortzetting van statusvoorlichting benadrukten. Het hof concludeerde dat er wel degelijk een nauwe persoonlijke betrekking (family life) bestaat tussen de biologische vader en de kinderen, ondanks de problematische relatie tussen de ouders en eerdere spanningen.
Het hof oordeelde dat het verzoek tot omgang niet kan worden afgewezen op grond van ernstig nadeel of ongeschiktheid van de vader. Gezien de complexe situatie, de negatieve impact van de statusvoorlichting op de kinderen en de beperkte voortgang, acht het hof een ouderschapsonderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek moet duidelijkheid geven over de rol van de vader, de mogelijkheden tot contactherstel en de benodigde begeleiding. De kosten van het onderzoek worden ten laste van het Rijk gebracht. De zaak wordt aangehouden totdat het onderzoek is afgerond.
Uitkomst: Het hof stelt een ouderschapsonderzoek in en houdt de zaak aan voor verdere beslissing.