ECLI:NL:GHAMS:2016:2112
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte ontuchtige handelingen in rijdende auto
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 september 2014 werd verdachte beschuldigd van ontuchtige handelingen op 26 maart 2012 in een rijdende auto. De tenlastelegging betrof het aanraken van het slachtoffer op het bovenbeen en het vastpakken van de eigen penis door verdachte.
Het hof heeft het bewijs beoordeeld, waarbij de verklaring van het slachtoffer het enige directe bewijsmiddel was. De verdachte ontkende de tenlastelegging. Het hof stelde dat de verklaring van een getuige over de gemoedstoestand van het slachtoffer en haar mededelingen onvoldoende zelfstandig bewijs vormde om de schuld van verdachte buiten redelijke twijfel vast te stellen.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij. De vordering van het openbaar ministerie tot veroordeling en oplegging van een taakstraf werd afgewezen wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen.