Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere procesverloop
2.De verdere beoordeling
Een volgend bezwaar van [geïntimeerde] is dat de deskundige ten onrechte de brief van 29 november 1999 buiten beschouwing heeft gelaten. De deskundige stelt immers dat de bedoelde brief geen basis is geweest voor zijn rapport. Dit is onterecht, omdat artikel 7:752 BW Pro inhoudt dat bij het bepalen van de redelijke prijs rekening wordt gehouden met de door hem ter zake van de vermoedelijke prijs gewekte verwachtingen. Voorts brengt [geïntimeerde] als bezwaar naar voren dat de bevindingen van de deskundige niet inzichtelijk en controleerbaar zijn en dat het rapport daarom ondeugdelijk is.
Voorts constateert [appellant] dat [geïntimeerde] niet tegenspreekt dat hij de urenstaten en inkoopoverzichten reeds vier keer eerder heeft ontvangen en dat hij deze bovendien nimmer inhoudelijk ter discussie heeft gesteld.
[appellant] maakt bezwaar tegen de benoeming van een nieuwe deskundige. De procedure loopt al ruim 14 jaar en het is onwaarschijnlijk dat er alsnog een alles verhelderend feit op tafel komt. Er moet nu een definitieve beslissing komen.
refitvan de Akka. De uitkomst hiervan verschilde 30% met het aantal uren volgens de urenstaten, hetgeen volgens de deskundige het gevolg kan zijn van minder efficiënt werken door West Friese Jachtwerf. Het is echter niet zo, zo blijkt uit het aanvullend rapport, dat de deskundige is uitgegaan van de urenstaten en daarop een aftrek van 30% heeft toegepast om tot een redelijke vergoeding voor de werkzaamheden te komen. Omdat de deskundige op basis van zijn kennis en ervaring een schatting heeft gemaakt van het aantal uren dat redelijkerwijs gemoeid was met de
refitvan de Akka, is daarmee het aantal uren dat in rekening is gebracht voor herstel van eerdere fouten door West Friese Jachtwerf geëlimineerd en door de deskundige bij vaststelling van een redelijke vergoeding voor de werkzaamheden buiten beschouwing gelaten.
feitelijkzijn uitgevoerd. Vervolgens heeft het hof in het tussenarrest van 28 april 2015 reeds overwogen dat het in strijd is met de eisen van een goede procesorde om terug te komen op die vraagstelling. Het hof blijft bij dit oordeel. Beslissend is derhalve wat gelet op de feitelijk verrichte werkzaamheden een redelijke prijs is voor de
refitvan de ‘Akka’.
refitvan de ‘Akka’ over te nemen. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om een nieuwe deskundige te benoemen.
3.Beslissing
in eerste aanleg in reconventie: op nihil aan verschotten en € 2.260,-- aan salaris.