ECLI:NL:GHAMS:2016:22
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.A. Goslings
- C.G. Kleene-Eijk
- S.F. Schütz
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid UWV en kennelijk onredelijk ontslag bij volledige arbeidsongeschiktheid
De werkneemster, die sinds 2005 volledig arbeidsongeschikt is verklaard na een herseninfarct, vordert in hoger beroep onder meer aansprakelijkheid van het UWV wegens schending van re-integratieverplichtingen en stelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Het hof neemt de door de kantonrechter vastgestelde feiten over, waaronder de langdurige arbeidsongeschiktheid en de inspanningen van het UWV om passende functies en aanpassingen te bieden.
De werkneemster klaagt over de beperkte feitelijke vaststelling en de beoordeling van de re-integratie-inspanningen, maar het hof oordeelt dat de kantonrechter voldoende feiten heeft betrokken en dat de werkneemster onvoldoende concreet heeft gemaakt welke maatregelen het UWV had moeten treffen. Ook het beroep op het rapport van de bedrijfsarts wordt door het hof onvoldoende onderbouwd bevonden.
Ten aanzien van het ontslag oordeelt het hof dat de opzegging na ruim 29 maanden arbeidsongeschiktheid en gezien de omstandigheden, waaronder de WIA-status en leeftijd, niet kennelijk onredelijk is. De vorderingen worden afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd. De werkneemster wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van de werkneemster af wegens onvoldoende bewijs van tekortkoming UWV en geen kennelijk onredelijk ontslag.