ECLI:NL:GHAMS:2016:2268
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.C. Römer
- A.M. van Amsterdam
- A. Dantuma-Hieronymus
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing zaak wegens ontbreken correcte dagvaarding en schending oproepingsvereiste
In deze ontnemingszaak was de veroordeelde eerder veroordeeld door de politierechter voor medeplegen van oplichting en tot betaling van een bedrag van € 5.000 aan wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde stelde hoger beroep in tegen het vonnis over de ontnemingsvordering. Tijdens het hoger beroep stelde de raadsvrouw van de veroordeelde dat de dagvaarding niet op de wettelijk voorgeschreven wijze was betekend, omdat geen afschrift was gestuurd naar het laatst bekende woon- of verblijfadres in het buitenland.
Het hof stelde vast dat de eerste rechter buiten aanwezigheid van de veroordeelde had geoordeeld, terwijl deze niet op correcte wijze was opgeroepen. De ID-staat uit het SKDB toonde aan dat het laatst bekende adres in het buitenland was, maar dat de dagvaarding daar niet was toegezonden, in strijd met artikel 588, tweede lid, Sv. Hierdoor had de politierechter niet aan de behandeling ten gronde mogen toekomen.
Op grond van vaste jurisprudentie en artikel 423, tweede lid, Sv, besloot het hof het vonnis te vernietigen en de zaak terug te wijzen naar de politierechter. De zaak moet opnieuw worden behandeld met inachtneming van de juiste oproepingsvereisten, zodat de veroordeelde op correcte wijze kan worden gehoord.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de politierechter wegens het niet correct toezenden van de dagvaarding.