ECLI:NL:GHAMS:2016:2638
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijke gevangenisstraf na hoger beroep wegens recidive
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter van 16 november 2015. De verdachte werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken voor een strafbaar feit. Tijdens het hoger beroep heeft de raadsman namens de verdachte verzocht om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met het argument dat dit nadelige gevolgen zou hebben voor het arbeidsperspectief van de verdachte.
Het hof heeft dit verzoek echter verworpen en het vonnis van de politierechter bevestigd. Het hof heeft daarbij met name gewezen op het feit dat de verdachte in 2015 reeds onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk feit, wat hem er niet van weerhield het bewezenverklaarde feit opnieuw te plegen. Dit maakte het persoonlijke belang van de verdachte onvoldoende zwaarwegend om af te wijken van de opgelegde straf.
Het hof heeft de gronden ten aanzien van de strafoplegging aangevuld en benadrukt dat de opgelegde straf recht doet aan de ernst van het feit. Het arrest is uitgesproken op 5 juli 2016 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken ondanks het verzoek tot strafmatiging.