ECLI:NL:GHAMS:2016:2654
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming verhuizing kinderen en zorgregeling na scheiding ouders
De zaak betreft een geschil tussen gescheiden ouders over de hoofdverblijfplaats van hun kinderen en de toestemming voor verhuizing van de moeder met de kinderen naar een andere plaats. De ouders hadden eerder afspraken gemaakt in vaststellingsovereenkomsten over co-ouderschap en omgangsregelingen, met een clausule dat zij binnen tien kilometer van elkaar zouden blijven wonen.
De moeder verzocht om vervangende toestemming om met de kinderen te verhuizen naar een andere plaats vanwege betere woon- en werkomstandigheden. De vader verzette zich hiertegen en wilde de hoofdverblijfplaats bij zich houden. De Raad voor de Kinderbescherming bracht advies uit dat het belang van de kinderen het beste gediend was met verblijf bij de moeder, ook bij verhuizing.
Het hof oordeelde dat de omstandigheden sinds de oorspronkelijke afspraken aanzienlijk waren gewijzigd en dat de moeder de hoofdverzorger is met meer draagkracht en beschikbaarheid voor de kinderen. De voorgestelde omgangsregeling waarbij de kinderen eens per twee weken een weekend bij de vader verblijven, biedt voldoende basis om de band tussen vader en kinderen te handhaven.
Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking en verleende de moeder vervangende toestemming voor verhuizing met de kinderen, met aanpassing van de zorg- en omgangsregeling. De proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: De moeder krijgt vervangende toestemming om met de kinderen te verhuizen naar een andere plaats met aangepaste omgangsregeling.