ECLI:NL:GHAMS:2016:2706
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen
- H.W.J. de Groot
- N.R.A. Meerbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis door gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 17 augustus 2016 in raadkamer uitspraak gedaan over het hoger beroep van verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 30 juni 2016, waarin het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis was afgewezen. Het hoger beroep was beperkt tot de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.
Het hof heeft kennisgenomen van de stukken en gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van verdachte. Het hof sluit zich aan bij de beslissing van de rechtbank en de gronden daarvan. Gezien de ernst van de aan de voorlopige hechtenis ten grondslag liggende feiten, acht het hof dat geen omstandigheden aanwezig zijn die op grond van artikel 67a, derde lid, Sv tot opheffing van de voorlopige hechtenis leiden.
Daarnaast verwierp het hof het verweer dat het bevel tot gevangenhouding van 4 december 2015 ten onrechte zou zijn gegeven, verwijzend naar een eerdere beschikking van het hof van 7 januari 2016. Het beroep tegen de bestreden beslissing wordt dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis af.