ECLI:NL:GHAMS:2016:2750
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking beroep
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 4 februari 2016. Verdachte, geboren in 1957 op de Nederlandse Antillen en gedetineerd in P.I. Noord Holland Noord, had het hoger beroep ingetrokken bij akte van 19 mei 2016. Hierdoor handhaafde verdachte zijn bezwaren tegen het vonnis niet langer.
Het hof concludeerde dat er geen rechtens te beschermen belang was bij voortzetting van het hoger beroep. Na overleg met de advocaat-generaal en op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 juni 2016. De jongste raadsheer kon het arrest niet medeondertekenen wegens afwezigheid.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het beroep.