Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 6.000,00€ 752.032,20
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
buitensporigelast kan sprake zijn indien de regimewijziging voor belanghebbende heeft geleid tot een disproportionele lastenverzwaring. Bij deze proportionaliteitstoets op het individuele niveau van belanghebbende dienen alle feiten en omstandigheden van het geval te worden meegewogen, waaronder het specifieke ‘verdienmodel’ van belanghebbende, de mogelijke gevoeligheid van dit verdienmodel voor conjuncturele ontwikkelingen in de horeca alsmede de vraag in hoeverre belanghebbende de mogelijkheid heeft gehad (en die mogelijkheid ook heeft benut) om in haar bedrijfsvoering in te spelen op de gevolgen van de regimewijziging (door aanpassing van haar bedrijfsvoering en lopende contracten), waarbij tevens rekening moet worden gehouden met de (relatief beperkte) aankondigingstermijn van de voorgenomen regimewijziging. Het is aan belanghebbende om de hiervoor relevante feiten en omstandigheden aan te voeren en aannemelijk te maken.
Kamerstukken II2011/12, 24 557, nr. 132 resp.
Kamerstukken I2011/12, 31 205, nr. Y). Op grond van hetgeen de inspecteur heeft aangevoerd, acht het Hof het voorts aannemelijk dat de (forse) omzet- en winstdalingen in de branche in de periode vanaf 1 juli 2008 niet alleen zijn veroorzaakt door de regimewijziging, maar mede door andere factoren, zoals de (eveneens in de loop van 2008 in volle omvang opkomende) financiële crisis en economische recessie (met name ook in de horeca), de invoering (eveneens per 1 juli 2008) van het rookverbod in de horeca, veranderend speelgedrag en de toegenomen concurrentie van andere kansspelaanbieders (zoals kansspelen op internet). Ook in het onder 2.3 vermelde KPMG-rapport, waarop belanghebbende zich (onder meer) heeft beroepen, wordt overigens gesteld dat de geconstateerde daling van omzet en winstgevendheid voor een deel is veroorzaakt door de verslechterde economische omstandigheden, met name in de horeca, die mede hebben geleid tot een verlaging van de inworp per kansspelautomaat.
rechtstreekskan zijn veroorzaakt door de regimewijziging, aangezien de invloed van de kansspelbelasting (evenals voorheen de omzetbelasting) tot uitdrukking komt bij de herleiding van de bruto-omzet tot de netto-omzet. Belanghebbende heeft hier tegenin gebracht dat de daling van haar bruto-omzet (en daarmee ook van haar bedrijfsresultaat) in de periode tussen 31 december 2007 tot en met 31 december 2012 wel degelijk is veroorzaakt door de regimewijziging, aangezien deze daling van de bruto-omzet is veroorzaakt door genomen saneringsmaatregelen die volgens belanghebbende werden veroorzaakt door de regimewijziging. Belanghebbende heeft evenwel geen bewijsmiddelen overgelegd waarmee zij heeft onderbouwd dat casu quo in welke mate de getroffen saneringsmaatregelen door de regimewijziging zijn veroorzaakt. Ook met de tijdens de zitting in hoger beroep verstrekte nadere toelichting op het in haar onderneming gehanteerde verdienmodel heeft belanghebbende deze onderbouwing niet verstrekt. Het Hof acht het veeleer aannemelijk dat, zoals de inspecteur heeft gesteld, door dit verdienmodel, waarin horecagelegenheden inclusief inventaris worden gehuurd van pandeigenaren en vervolgens worden onderverhuurd aan horeca-uitbaters, en waarbij bovendien voor substantiële bedragen leningen worden verstrekt aan deze uitbaters, al dan niet in de vorm van zogenoemde ‘afschrijfleningen’ (en waarbij de financiële risico’s van deze door een zustervennootschap verstrekte leningen voor rekening komen van belanghebbende), de bruto-omzet en het bedrijfsresultaat, vanwege het gelopen debiteurenrisico, (ook) substantieel invloed konden ondervinden van de gevolgen van de economische recessie die zich vanaf (medio) 2008 (ook) in de horecasector hebben voorgedaan.